Mijn Wereld
Zoals de schepper de mens schiep
Zo ben ik uit jouw handen verrezen
Een schilderij dat uit de handen van een schilder vloeide.
Met verf en kwast
Met het linnen als huis en haard
Heb je mij uit het niets getoverd.
Het doek opende zich als een hemelpoort
Uit de nevel stapte ik de wereld in
Onder jouw handen kwam ik tot leven.
Elke veeg, elk spatje was een stempel op mijn ziel
Je bracht kleur in mijn leven.
Mijn ogen gaf je een mysterieuze blik,
Een onuitgesproken woord lag op mijn lippen,
Om mijn mond een warme lach.
De zon scheen lustig op mijn hoofd,
Terwijl de wind met mijn haren speelde.
Mijn jurk danste om mijn benen
Met een vaste tred schreed ik voort.
Bij de haard kreeg ik een plaats,
Vrienden keken op in bewondering,
Vriendinnen zonden dodelijke blikken.
s'Morgens groette je mij opgewekt,
s'Nachts wenste je mij welterusten,
Tussen ons groeide een zekere band.
Voor mij was het liefde op het eerste gezicht
En liefde voor mijn heer en meester
Onzichtbaar en ontoegankelijk voor anderen.
Ik zag vrouwen komen en gaan
Jouw hart gebroken en weer heel.
Bij mij vond je troost, maar ook wanhoop.
Soms keek je mij verdietig in de ogen
Eenzaam en verlaten
Alsof je mij een smeekbede zond.
Je wenste een vrouw die mijn evenbeeld was,
Liefdevol en zacht,
Jouw droomprinses en ideale vrouw.
De volgede dag leek je alles te zijn vergeten
Had ik het mij alleen maar verbeeld?
Weer bleef ik alleen achter
In mijn eigen wereld
Achter een onzichtbare muur.
Mijn stille hartewens en zielskreet
Is jou weer ontgaan
Dat ik ook deel mocht nemen aan jouw wereld,
Dat ik ook mens was.
April 1992
|