Eens gedragen op handen
Hield ik fier het vaandel hoog.
Krachtig weerstond ik de vijanden.
Nietsontziend richtte ik mijn boog
En raasde ik door het slagveld.
De vijand tegemoet,
Hield ik staande als een held,
Voor de vijand een vloek,
Niemand die mij evenaarde.
Niemand die het bevroedde,
Stortte ik ter aarde,
Een slag die de vijand voedde,
Mijn hart doorboord.
Zover de eeuwigheid belendde,
Leefde ik voort
In verhaal en legende
Door de goden uitverkoren
Als ooit tevoren...